Tijdens het ontsluiten van de originele dagboeken van Dina van der Geld - een niet-Joodse vrouw die verantwoordelijk was voor de zorg van ondergedoken Joodse kinderen en volwassenen aan de Kapelweg in Amersfoort - kwam ik twee foto’s tegen.
Op de foto’s stonden de namen van Alfred en Eva Schnell-Jolowicz. Zij waren voor een langere periode woonachtig aan de Kapelweg op nummer 108. Ook Alfreds moeder woonde op dit adres. In eerste instantie zeiden de namen mij niets. Al verder zoekend kwam ik een aantekening tegen over de vondst van dit Joodse echtpaar in een massagraf bij kamp Westerbork. Ineens gaat er van alles door mij heen: Massagraf, Luitenant Konings, het Engelse Werk, het crematorium van kamp Westerbork en een monument.
In de jaren negentig vertelde voormalig Luitenant Konings mij tijdens een interview over de vondst van dit graf in mei 1945 en het herbegraven van het echtpaar op de begraafplaats in het dorp Westerbork. Hij liet naar aanleiding van de ontdekking van het graf een proces-verbaal opmaken waarin alles tot in het detail werd beschreven.
Jaren later kwam ik er achter dat het echtpaar begin oktober 1944 iets buiten Zwolle op het Engelse Werk was geëxecuteerd. Ze werden ter plekke in hun eigen gedolven graf begraven en kort daarna weer opgegraven en naar kamp Westerbork overgebracht. Het was de bedoeling al hun sporen te wissen en hun restanten te laten verassen in het crematorium van het kamp.
Door gebrek aan brandstof konden de ovens niet worden gebruikt en werden de stoffelijke overschotten voor de tweede keer begraven aan de zuidkant van het kamp. In 1945 kreeg luitenant Konings op basis van verhalen en geruchten de opdracht het graf op te sporen en er verslag van te doen.
De originele foto’s van het echtpaar Schnell in het dossier van Dina van der Geld gaven ineens een ander licht op het verhaal. Op de Kapelweg begon dus het verhaal van dit echtpaar. Ze huurden er een kamer en hielden zich zoveel mogelijk koest.
Op zondag 17 augustus 1942 schreef Dina van der Geld in haar dagboek:
‘Gisteren was het een ontzettende dag. De familie Schnell had bericht gehad dat ze naar Polen moesten en de oude Mevrouw Schnell moest zich in Amsterdam melden. O, mevrouw huilde zo erg. Juffrouw Loots was juist een paar dagen naar Haarlem maar is meteen teruggekomen. Ik ben er de hele dag geweest en heb als maar kleine dingetjes genaaid en andere werkjes gedaan. En bij elke steek denk je waar en hoelang zullen ze het nog dragen. Mogen ze het wel meenemen en pakken die Duitsers niet alles af. O, al die oude mensen die maar worden weggebracht. Oorspronkelijk zou het in de nacht die volgt van dinsdag op woensdag gebeuren, maar ’t wordt wellicht verdeeld over twee weken. Oh, kon ik ze maar helpen of nog beter verstoppen.’
Het echtpaar Schnell besloot nu echt onder te gaan duiken, eerst in Amersfoort en later in Oldebroek. Door verraad zijn zij met nog vier anderen opgepakt en in de nacht van 3 op 4 oktober 1944 op het Engelse Werk geëxecuteerd.
Door: Guido Abuys - Conservator Herinneringscentrum Kamp Westerbork







