COLUMN: Gebroken

29 januari 2019

De jaarlijkse periode dat ons museum gesloten is, is bijna voorbij. De basisexpositie is weer in orde en de tentoonstelling Westerbork-Auschwitz in de wisselruimte is ingericht. Ik doe mijn laatste ronde. Staat alles recht? Is de belichting goed? Wordt het verhaal duidelijk genoeg verteld? Het klinkt zakelijk, maar terwijl ik dit doe, bekruipt mij een ander gevoel. Het is iets beklemmends, er komen allerlei emoties en herinneringen naar boven.

1989: ik was leraar Aardrijkskunde en Geschiedenis. Ik was bezig met mijn eerstegraads bevoegdheid Aardrijkskunde. Tijdens deze opleiding werden ons verschillende studiereizen aangeboden. Een daarvan ging naar Polen. Het was een kans om achter het IJzeren Gordijn te komen, de afbrokkeling ervan was al gaande. Binnen de hekken van de ambassade van de Bondsrepubliek in Warschau, stond het vol vluchtelingen, Oost-Duitse vluchtelingen. Een enkele trabant stond nog buiten het hek, eenzaam en verlaten door zijn eigenaar.

Auschwitz-Birkenau
Een onderdeel van de reis was een bezoek aan Auschwitz en Birkenau. Ik had mij erop voorbereid, erover gelezen. De interview verslagen van Claude Lanzmann’s Shoa waren net uitgegeven. Ik dacht erop voorbereid te zijn. Maar nee. De schok was groot. De vlechten met haren, het was te veel: ik was gebroken.

Terug in Nederland besloot ik donateur van Herinneringscentrum Kamp Westerbork te worden. Van het een kwam het ander en ik werk er nog steeds.

Vele malen ben ik inmiddels op de plek met de naam Auschwitz geweest. Ik kan er beter mee omgaan, maar nu ik in mijn eentje door de expositie loop, komen die emoties toch weer naar boven.

Berichten uit Auschwitz
Even later zit ik weer achter mijn bureau om collectiestukken te verwerken. Ik lees een brief geschreven in kamp Westerbork, eind augustus 1942. Een gedeelte ervan trekt nu extra mijn aandacht: ‘Hoop toch weer snel terug te kunnen komen, het kan toch zo lang niet meer duren. Hier komen honderden mensen uit alle steden aan, veel bekenden, die hetzelfde lot delen. Hoor zoeven dat de berichten uit Schlesien, die hier in het kamp binnenkomen zeer goed zijn. Ik zal in het kamp moeten werken al naar gelang de leeftijd. Ik laat de moed niet zakken, allen zijn flink (…).’

Het zijn inderdaad de berichten, die in Westerbork binnenkwamen. Dat ze gecensureerd waren of door mensen bij aankomst in Auschwitz zijn geschreven, zonder de werkelijke betekenis van het kamp te weten, is de lezer en de verspreider van dit nieuws niet duidelijk. Soms werden vanuit Auschwitz ook andere berichten verspreid, illegaal, aan de censuur ontsnapt.

Ongecensureerde brief
In de expositie is zo’n brief uit juli 1942 te lezen. Over de schrijver weten we niets, behalve dat hij bij aankomst in Auschwitz het nummer 50826 op zijn arm getatoeëerd kreeg en op 21 juli 1942 kamp Westerbork had verlaten. De inhoud is soms gruwelijk gedetailleerd. Het is echter een brief, die niet via de juiste kanalen (lees Joodse Raad) binnenkwam. Deze kwam terecht op het adres van waarschijnlijk een familielid. Misschien was dit familielid zelf ook al doorgestuurd, waardoor de verspreiding van de inhoud hoogstens terecht kwam bij een enkeling. Het gevolg hiervan was dat de massa van de gedeporteerden zich vastklampte aan de geruchten, dat het wel meeviel, in het verre Silezië, op de eindbestemming Auschwitz.

Zittend achter mijn bureau spoken heden en verleden door mijn hoofd. Het is goed dat we het verhaal door blijven vertellen. Het moet gewoon.

Guido Abuys
Conservator Herinneringscentrum Kamp Westerbork