COLUMN: De waarde van een interview

9 oktober 2018

Eind september was ik met collega Hilde Boelema voor een week in Israël om een achttal verhalen van Holocaust-overlevenden die daar wonen, vast te leggen. Acht mensen, kinderen of jongvolwassenen waren ze in de oorlog. Acht totaal verschillende persoonlijke oorlogsverhalen.

Deze bronvorming, ook wel oral history genoemd, staat soms ter discussie. Tegenstanders gebruiken argumenten als: ‘Het gaat om herinneringen van lang geleden. Herinneringen vervagen of herinneringen van toen worden vermengd met informatie, die de geïnterviewde op een andere manier en later heeft verkregen en tot een onderdeel van zijn herinnering maakt.’ Het zijn plausibele argumenten. Het betekent dat zo’n bron kritisch moet worden bekeken en geanalyseerd en nooit als enige bron moet worden gebruikt.

Kampnummer
De waarde van een interview staat wat mij betreft echter buiten kijf. Daarnaast zijn de mogelijkheden voor gebruik onbeperkt. Neem nou het interview met mevrouw Hollander-Plesser. Ze draagt een poloshirt met korte mouwen. Het kampnummer van Auschwitz is duidelijk zichtbaar. Ik lees: 75867. Er zijn lotgenoten die het hebben weg laten halen of verbergen. Dat nummer zou een uitgangspunt kunnen zijn om kinderen met bronnen als transportlijsten, documenten over de samenstelling van de trein, de dagrapporten van de Ordedienst en het Calendarium van Auschwitz te laten werken. Op basis van deze gegevens kan een reconstructie van het transport worden gemaakt. Vervolgens kijken de kinderen naar een fragment van het interview dat begint met het inzoomen op het nummer op de arm. Het is een voorbeeld van werken met interviews. Als aanvullende bron in publicaties, exposities en lezingen wordt het door ons al jaren gebruikt.



Transportlijsten
Een interview heeft ook altijd iets extra’s. Het is het verhaal van een mens, het is de confrontatie met de levensgeschiedenis. Het leidt tot identificatie en het geeft vooral inzicht in wat zo’n levenservaring met een mens doet. Ook ruim zeventig jaar nadat de ervaring zich heeft afgespeeld. Neem nou het fragment uit het interview met Alfred Drukker. Ik vraag hem iets over de transportnacht, de nacht voorafgaand aan het transport, het moment dat de namen worden voorgelezen. Je ziet aan Alfred’ s ogen, een jongen van 11 jaar oud, dat hij het herbeleeft. Hij zit op dat moment op zijn bed in de barak, het bovenste bed. Hij luistert naar de namen, die alfabetisch worden voorgelezen. De letter ‘D’ wordt voorgelezen, de letter E begint. Alleen Alfred heeft niet door dat de letter ‘D’ niet meer voorgelezen zal worden. En dat hij dus niet op transport hoeft. Hij heeft het al die transportnachten niet in de gaten. Ik probeer hem uit die herinnering te halen door het stellen van een heel andere vraag. Het is een aangrijpend interviewfragment geworden.

Guido Abuys
Herinneringscentrum Kamp Westerbork