Vertrek en opheffing woonoord



Verhuizingen vonden binnen het woonoord en naar elders plaats. De brand van 1958, waarbij 3 barakken volledig in vlammen opgingen en een vierde onbewoonbaar werd, had ingrijpende gevolgen. Vele gezinnen moesten het woonoord verlaten. Het zou het begin van een grotere uittocht worden. Voor de Nederlandse overheid was het toen al duidelijk dat terugkeer naar de Molukken een illusie was en dat de Molukkers binnen de Nederlandse samenleving moesten integreren.  Hoewel de belofte werd gedaan dat de bewoners in Schattenberg zouden mogen blijven - en er zelfs nieuwe barakken zouden komen - besloot de overheid eind jaren vijftig het woonoord op termijn op te heffen. Ondanks verzet moesten de bewoners zich uiteindelijk bij de nieuwe situatie neerleggen, soms ook in het besef van de voordelen van betere behuizing en schoolmogelijkheden voor de kinderen.

In 1964 en het jaar daarop vestigde het grootste gedeelte van de gemeenschap zich in een speciaal gebouwde woonwijk in Assen. De laatste bewoners zouden - onder dwang – begin 1971 het woonoord worden uitgezet en naar Bovensmilde verhuizen. Kort daarop werden de laatste barakken gesloopt en was er van woonoord Schattenberg/kamp Westerbork nauwelijks iets zichtbaars meer over.