Graven in een vuilstort...

Projectleider Ivar Schute

door Ivar Schute
Archeologen wroeten in de grond, en af en toe komen ze daar oude afvalkuilen of beerputten tegen. Maar meestal zijn die heel wat ouder dan de vuilstort van Kamp Westerbork. En toch wordt daar nu gegraven. Midden in het bos staan hekken waarbinnen de archeologen bezig zijn. In de donkere decembermaanden hebben ze hierbij licht nodig. Er hangen bouwlampen aan de hekken die voor het broodnodige licht zorgen. Van een afstandje ziet het vreemd uit, ergens tussen feestelijk en sinister in.

Er zijn een aantal getuigenissen die zeggen dat de stort in de oorlog werd uitgereden in een diepe daartoe gegraven geul die vanaf de noordelijke ingang van het kamp richting een ven liep. De grondboringen die inmiddels zijn gezet, maken duidelijk dat dit klopt. Waar je vuilstort op een heuvel verwacht, ligt het inderdaad in een laagte, die overigens mogelijk deels van natuurlijke oorsprong is. Wel werd iets oostelijker een tweede, iets minder lange geul met afval ontdekt. De laag afval is niet erg dik, zo’n 60 centimeter, maar vooraf was wel duidelijk dat er veel voorwerpen te vinden zouden zijn. In een aantal door schatgravers gegraven putten werd een enorme hoeveelheid huishoudelijk afval aangetroffen, met een oververtegenwoordiging aan glas: jampotten, weckflessen, melkflessen, medicijnflesjes en parfumflesjes.

Die schatgraverij vormde de aanleiding de vuilnisbelt archeologisch te laten onderzoeken. Hoe groot is de vuilnisbelt? Wat voor materiaalcategorieën liggen er allemaal? Is er sprake van persoonsgebonden materiaal? Daartoe wordt nu een steekproef genomen, in het licht van bouwlampen. Er blijkt zoveel te liggen dat in het bos de vondsten in kratten wordt geschept, de aarde eruit gezeefd, maar dat ze pas later gewassen zullen worden. Pas dan zal duidelijk worden wat er precies is gevonden. Vaak is het inderdaad huishoudelijk afval: glas, servies, knikkers, kralen, een bril, kammetjes etc. Af en toe duikt op het zeefrooster een opvallende vondst op: een zilveren zegelring met monogram of een muntje uit de Tweede Wereldoorlog. Of een stuk van een porseleinen kopje met het jaartal ‘1941’. Soms wordt er ook kwetsbaar materiaal aangetroffen, zoals een Duitstalige krant. De vraag is ook: wat wordt er niet gevonden? Wat opvalt: alles waar een jaartal op staat dateert van voor of uit de Tweede Wereldoorlog. Er zijn nog geen voorwerpen aangetroffen die met zekerheid dateren in de Molukse periode van het kamp.