De vuilstort: wat is al verdwenen...?

Een bijdrage van conservator Guido Abuys:

In het najaar van 2009 kreeg ik een telefoontje van Roelf Venekamp, opzichter in dienst van Staatsbosbeheer. Tijdens een inspectierit had een collega iemand al gravend in het bos aangetroffen en vervolgens met grote haast op zijn brommer zien vertrekken. Roelf haalde mij op en liep met me mee naar de plek waar de jongen aan het graven was geweest. De plek was duidelijk te herkennen. Aarde was omgewoeld en in een ongeveer één meter diepe kuil lagen tientallen lege flessen, scherven en andere restanten van gebruiksvoorwerpen.
We bevonden ons op de voormalige vuilnisbelt van kamp Westerbork. De plek was ons bekend: in het archief zijn tekeningen en getuigenverklaringen voorhanden en op een luchtfoto uit 1945 zijn contouren duidelijk zichtbaar. Regelmatig hebben we er al lopen snuffelen en voorwerpen bekeken, die aan de oppervlakte. We legden vervolgens alles weer op de plek terug met in ons achterhoofd de gedachte, hier archeologisch onderzoek te gaan doen.
De schatgraver was ongestructureerd te werk gegaan. De achtergebleven voorwerpen onderzoekend, leek het alsof de hele bewoningsgeschiedenis van kamp Westerbork 1939-1971 tevoorschijn was gekomen. Een schoenzool, een emaille deksel, beschadigd en aangetast door roest.  Scherven van borden, schalen en kommen van verschillend design. En vooral veel glas. Flessen en potten in allerlei maten en vormen. Van medicijnflessen tot melkflessen, van drankflessen tot lege potjes voor babyvoeding.  En een flessenhals met een dop waarop te lezen staat C. Polak, Groningen, een van oorsprong Joodse Distilleerderij en Likeurstokerij van voor de oorlog, waarvan echter ook de naam na de oorlog werd voorgezet.
Na deze eerste vondst zien we bij controles nieuwe opgravingspogingen. De kuil wordt breder en breder. De schatgravers hebben vooral achtergelaten wat zij van weinig waarde achten. De grote vraag is dan ook: wat zagen zij als waardevol genoeg om mee te nemen…