Durchgangslager

Vanaf 1 juli 1942 was het kamp als Polizeiliches Judendurchgangslager Westerbork het vertrekpunt van in totaal 93 treinen naar Auschwitz, Sobibor, Theresienstadt en Bergen-Belsen.

Het kamp moest zoveel mogelijk functioneren als een normaal dorp. Een schijnwereld. Er waren cursussen en er kon gesport worden. Zelfs winkelen was mogelijk. Het kamp had zijn eigen geld. Daarmee kon je in het Lagerwarenhaus en de Lagerkantine terecht. Er was zelfs een wisselkantoor waar het laatste 'gewone' geld voor de biljetten van kamp Westerbork ingewisseld kon worden. In de registratiebarak werden op dinsdagavonden revuevoorstellingen en concerten gegeven en toneelstukken opgevoerd.

Kinderen
Kinderen in het kamp moesten, net als thuis, naar school. Voor de kinderen van 1 tot 6 jaar liepen crèche en kleuterschool in elkaar over. Voor de oudere kinderen gold een leerplicht tot 15 jaar. Zo leidden de jongste kampbewoners overdag een leven dat zo normaal mogelijk leek. Doordat docenten iedere week konden worden weggevoerd, was ook het onderwijs afhankelijk van de binnenkomende en uitgaande transporten.

Ziekenzorg
Vooral bijzonder in kamp Westerbork was de ziekenzorg. Het kwam goed uit dat zoveel Joden chirurg, arts of tandarts waren. Een baantje in de verpleging was zó gewild dat met gemak het beste personeel uitgezocht kon worden. Op een gegeven moment beschikte het ziekenhuis over 1725 bedden, 120 artsen en 1000 personeelsleden.

Gemmeker
De organisatie van kamp Westerbork was sinds oktober 1942 in handen van SS-Ober­sturmführer Albert Konrad Gemmeker. Zijn voorgangers voldeden niet aan de eisen die de nazi's aan het functioneren van het kamp stelden. Zij wilden de Joden zo snel en geruisloos mogelijk deporteren. Dit riep teveel weerstand en onrust in het kamp op. Gemmeker bleek beter bedreven in het vlekkeloos laten uitvoeren van de plannen en kwam naar voren als een keurige heer, die de Joden correct behandelde. Zijn voornaamste zorg was het voldoen aan het wekelijks te leveren aantal Joden. 

Transporten
Vanuit kamp Westerbork vertrokken 93 treinen richting de kampen in Oost-Europa. Op 15 en 16 juli 1942 werden de eerste gevangenen naar Auschwitz gedeporteerd: 2030 Joden, onder wie een aantal weeskinderen.
In de eerste maanden vertrok de trein twee keer per week. Maar in 1943 werd dinsdag de dag van het transport. Per barak werd bekend gemaakt wie gedeporteerd zou worden. Als je je naam hoorde, wist je wat je te doen stond. Je spullen pakken in dezelfde koffer, rugzak of plunjezak waarmee je ook naar kamp Westerbork was gekomen en in de trein stappen.

Dat duurde tot 13 september 1944. Toen vertrok de laatste trein met 279 personen naar Bergen-Belsen, waaronder 77 kinderen die op hun onderduikadressen gepakt waren.

Bevrijding
Op 12 april 1945 bevrijdde het Canadese leger 876 Joodse gevangenen in kamp Westerbork. Op
 de kreet De Tommy’s zijn er, stoof iedereen naar buiten om de bevrijders in te halen. Velen sprongen bovenop de tanks en reden als overwinnaars over de Boulevard des Misères. De officiële bevrijding van Nederland op 5 mei werd door de kampbewoners gevierd in de villa van Gemmeker. Voorlopig moesten de 876 Joden nog in het kamp blijven.  Heel Nederland was nog niet bevrijd. Verder naar het noorden werd nog gevochten. Bovendien was de kans op besmettelijke ziekten groot. Eerst moesten alle kampbewoners medisch onderzocht worden. En, safety first, de Canadezen wilden absolute zekerheid dat er geen verraders vrij rondliepen.

Tussen 1942 en 1945 werden uit Nederland 107.000 Joden, grotendeels via Westerbork naar het Oosten weggevoerd. Daarnaast 245 Sinti en Roma en enkele tientallen verzetsstrijders. In totaal keerden slechts 5.000 mensen terug.

 

  • European Heritage Label
  • Unesco

Bezoek Kamp Westerbork

Hoe bereik je Herinneringscentrum Kamp Westerbork? Klik hier voor meer informatie over vervoersmogelijkheden en de bereikbaarheid.

Logo van Herinneringscentrum Kamp Westerbork