Buitenwereld



Woonoord Schattenberg lag vrij geïsoleerd. Het was een woongemeenschap op zich waar weinig contact met de buitenwereld was. De bewoners werden door het Nederlandse CAZ (Commissariaat voor Ambonezenzorg) van de wieg tot het graf verzorgd. Er was een school, een ziekenhuis, een schouwburg, een bioscoop en een badhuis. Handelaren kwamen hun koopwaar aanbieden of openden na de invoering van de zelfzorg een winkel in het woonoord.

Verschillende functies in het woonoord werden uitgevoerd door niet-Molukkers. Onderwijzers, technici, verpleegsters en leidinggevenden waren Nederlanders. Voor hen was de Molukse cultuur veelal een onbekende. Omdat deze mensen vaak meerdere jaren in de woongemeenschap werkzaam waren, leerden ze deze echter wel kennen. Dit werd mede bevorderd door de traditionele gastvrijheid en vriendelijkheid van de bewoners. Voor de meeste van deze niet-Molukkers is het een onvergetelijke ervaring geweest, waar met een warm gevoel en vaak heimwee aan wordt teruggedacht.

In de beginperiode bleven de contacten met de wereld buiten het woonoord beperkt tot boodschappen doen in Assen, opname en bezoek in een ziekenhuis of sanatorium of schoolreisjes. Alleen de kinderen die het voortgezet onderwijs bezochten kwamen veel in aanraking met de Nederlandse cultuur. Dit kon soms tot botsingen en meningsverschillen thuis leiden.

Pas na de invoering van de zelfzorg namen de contacten toe. De meeste mannen kregen een baan buiten het woonoord. Toen het duidelijk werd dat een tijdelijk verblijf een illusie was, werden Molukse kinderen in de tweede helft van de jaren vijftig tijdens de grote vakantie naar  gastgezinnen gestuurd om te wennen aan de Nederlandse leefgewoonten.