Militair kamp



Op 1 december 1948 nam het Ministerie van Oorlog kamp Westerbork over. De politionele acties in het voormalige Nederlands-Indië waren begonnen, met als gevolg een groot gebrek aan militaire kampementen in Nederland. Westerbork werd een opvangplek voor militairen, die uit Nederlands-Indië afkomstig waren of ernaar vertrokken.  De vertrekkende militairen kregen hier een spoedopleiding. In zes weken werden ze voorbereid op oorlogsvoering in de tropen. Naast het kijken van instructiefilms bestond de opleiding uit exerceren en andere militaire oefeningen.

 

Jan Giesekam, soldaat van Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene, was in die dagen in kamp Westerbork gelegerd. ‘In een verduisterde barak werd ons uitgelegd hoe je een bajonetaanval moest plaatsen en hoe je deze kon opvangen. Vervolgens deden we daar dan oefeningen mee op de heide. Tijgersluipgang en verschillende soorten omsingelingen bijvoorbeeld.’ 

  

De militairen werden in kamp Westerbork ondergebracht in de voormalige woonbarakken. Elk peloton van dertig soldaten kreeg één barak tot zijn beschikking. Hier moesten ze eten, wonen en slapen – op blauw-wit geruite zakken gevuld met stro en onder een paardendeken.

 

In september 1949 werd het militaire kamp Westerbork opgeheven.